Minder is meer. Het lijkt een nietszeggende uitdrukking, maar wanneer je
er dagelijks even aan denkt dan kom je tot de conclusie dat het vaak
van toepassing is op veel verschillende soorten situaties.
Gisteren nam ik afscheid van een collega. Hij gaat op reis.
Niet op vakantie maar op wereldreis. Hij weet niet of ze terugkomen.
Ja, misschien over tien jaar of zo. Hij en zijn vrouw hebben hun
vaste baan opgezegd, hun huis verkocht en zijn nu bezig om de meubels
te verkopen. Alles wordt verkocht, tot de eetkamertafel toe. Alleen de
meest persoonlijke bezittingen worden opgeslagen en ze kunnen per persoon
twaalf kilo meenemen in een rugzak. Twaalf kilo. Je hele leven in een
rugzak dus. Dat vergt een uiterst groot vermogen om te kunnen loslaten.
Ik vraag me af of ik dat zou kunnen. Om te beginnen kan ik al niet
licht reizen. Ik heb aan één boek niet genoeg en denk allerlei dingetjes
onderweg nodig te hebben. Bovendien hecht ik aan alles wat ik heb
gekregen of gevonden, van kleine schelpjes uit Nieuw-Zeeland tot grote
stenen uit Schotland. Onhandig om mee te nemen in je rugzak.
Vaak slepen wij mensen meer mee dan we nodig hebben, niet alleen in
materialistische zin. Soms moeten we opruimen om plaats te maken
voor iets nieuws. Dat kan in je woonkamer zijn, in je boekenkast,
in je bureau of in je hoofd. Een te zware rugzak wordt letterlijk
een te zware last en je kunt alleen maar verder wanneer je hem uitmest
en alleen dát mee verder neemt wat je echt nodig hebt. De lichte rugzak
vermeerdert je vrijheid. Minder is meer.
Ik heb bewondering voor mijn collega die op reis gaat. Hij heeft de stap
gezet. Twaalf kilo. Hij heeft niets nodig. Dat hij mag vinden wat hij zoekt.
Het geluk hebben ze bij zich.