"Goedemorgen, is dit hotel Amphia? Ik heb een kamer gereserveerd." En een
chirurg, dacht ik er achteraan. Enige weken tevoren was de kno-arts in de lach
geschoten bij het zien van mijn amandelen en beloofde dat mijn leven er in de
toekomst een stuk snotvrijer uit zou zien wanneer ik "die rommel eruit zou laten
gooien."
Maar nu ik me met mijn weekendtas aanmeld bij het ziekenhuis vermengt mijn
humor zich met mijn zenuwen. Op sommige momenten voel ik niets en ga ik me
gewoon aanmelden zoals ik een brood zou kopen. En op andere momenten slaat
de paniek toe en ben ik doodsbenauwd. Word ik nog wakker uit de narcose? Zal
mijn stem veranderen en zal ik nog wel kunnen zingen? Doet het pijn? Ik heb de
verhalen van de ervaringsdeskundigen inmiddels gehoord en de één beschreef
nog meer bloederige details dan de ander. Ik héb het in het algemeen al
helemaal niet op ziekenhuizen. De voorlaatste keer dat ik er een voet over de
drempel zette ging ik "even een pilletje halen tegen de hoofdpijn." Ze legden me
meteen aan een infuus en hielden me er vervolgens twee weken. En nog niet zo
lang geleden sneden ze er een stuk uit mijn gezicht.
Er schieten me de meest verschrikkelijke scenario's door het hoofd. Met stip op
één staat het visioen dat ik mezelf in de narcose voel wegzinken en dan de
dokter nog nét tegen de verpleegkundige hoor zeggen: "dit is toch die mevrouw
van wie we beide benen gaan amputeren?"
Terwijl ik al op de operatietafel lig vertel ik de anesthesist over mijn visioen en
hij stelt me meteen gerust door te zeggen dat ze heel goed weten dat ze mijn
benen niet gaan amputeren. Gelukkig, denk ik nog. "Je komt toch voor een
borstvergroting, nietwaar? Dubbel D."
Het eerste wat ik deed toen ik wakker werd in de uitslaapkamer was voelen of ik
mijn benen nog had. En zo.